19.02.22 —
02.04.22

Brieven uit Amerika

Jan Henderikse

In het jaar 1968 verruilde Jan Henderikse (Delft, 1937) Curaçao voor New York, de stad die uitgroeide tot zijn vaste uitvalsbasis. Sinds het begin van de jaren zeventig getuigt Henderikes oeuvre van een intense en aanhoudende belangstelling voor de Amerikaanse ‘way of life’. Of wellicht beter, van een diepgewortelde, haast fenomenologische interesse voor het exotisch-alledaagse – en dan vanuit een Europees perspectief.

Zijn verhuizing naar New York bracht vernieuwing en nieuwe energie, maar maakte Henderikse bovenal tot een kunstenaar met een twist. Europeaan Henderikse had jarenlang een tweede studio in Berlijn en beschouwt Antwerpen tot de dag van vandaag als zijn tweede thuis. Zijn atelier aldaar, in de schaduw van het Antwerpse Hessenhuis, herinnert ons bovendien aan zijn verbondenheid met de naoorlogse Europese avant-gardes. Het Hessenhuis was eind jaren vijftig immers geboortegrond van een nieuwe artistieke conceptie, met kunstenaarsgroep G58 als vaste bespeler en baanbrekende tentoonstellingen als Vision in Motion (1959) en Anti-peinture (1962) – aan laatstgenoemde tentoonstelling nam Henderikse ook deel.

Op dit Europese fundament – zowel in cultureel als ideologisch opzicht – ontwikkelde Henderikse zich in de Verenigde Staten tot een kunstenaar die, als een van de eersten van zijn Europese generatiegenoten, afstand nam van het zuiver object-gerelateerde karakter van het kunstwerk. “Het einde van hang- en stakunst”, zo typeerde Henderikse in 1979 zijn oriëntatie op conceptuele film- en fotografie. Zijn meerjarige monsterproject Broadway, eveneens gestart in 1979, bleek terugblikkend een waar scharnierpunt in zijn oeuvre te zijn. Tijdens talloze zondagse wandelingen documenteerde Henderikse systematisch alle kruispunten van het ruim twintig kilometer lange Broadway, resulterend in een film, in foto-assemblages en een kunstenaarsboek in leporello-vorm. Het is deze conceptuele benadering van het tastbare-alledaagse die Henderikses artistieke koers kleurt, tot op de dag van vandaag.

Evengoed echter, getuigen Henderikses ‘Amerikaanse’ foto-assemblages Give my Regards to Broadway en het kunstenaarsboek Broadway van een trans-Atlantische kruisbestuiving. In deze onvervalste Americana herkennen we immers ook zijn fascinatie voor serialiteit en het ‘anti-compositorische’ ordeningsprincipe van het raster, de kroonjuwelen van de internationale ZERO-beweging waartoe Henderikse begin jaren zestig gerekend werd. Nog pregnanter komt deze dualiteit tot uiting in zijn foto-assemblages van ‘mislukte’ foto’s en afgekeurde portretten van cruiseschip-passagiers. In laatstgenoemde werken met rejects, met ogenschijnlijk lichtvoetige titels als All Aboard en The Handshaking Captain, worden regels van ‘goede smaak’ immers ter discussie gesteld en kitsch en trash tot de norm verheven.

Dat veelvoud en herhaling van Jan Henderikses (foto)assemblages bij de beschouwer een esthetische ervaring, gevoelens van genot, bezinning, contemplatie of juist ontluistering opwekken, ligt besloten in het karakter van het materiaal. Henderikses ‘toon’ is tongue-in-cheeck, maar evengoed compromitteren deze werken de kijker in zijn niet aflatende honger naar unieke ervaringen. Het is deze ‘disneyficatie’ van ons dagelijks leven die Henderikse haarscherp registreert. Nooit geheel kritiekloos, maar steevast licht-geamuseerd. Jan Henderikse is etnograaf van ons dagelijks leven, met vaste voet op twee continenten.

 

 

Share

NL